Geschiedenis

Appingedam is een oud stadje in het ’t noorden van ons land. Het heeft ongeveer 12.000 inwoners en heeft veel tradities. Één daarvan is het feest dat in het verleden gevierd rond 31 augustus.

Het is ontstaan in 1898 bij de kroning van Koningin Wilhelmina. Haar verjaardag werd elk jaar gevierd met een kinderoptocht d.w.z. alle schoolkinderen namen daar aan deel. Thuis bij de ouders van de kinderen werden dan mooie bogen, vaandels en versierde fietsen gemaakt, alles van gekleurd papier.
Een kind wat niet zulke creatieve ouders had moest zich dan maar met een vlag tevreden stellen. Na de optocht gingen dan de kinderen naar diverse stukken groenland, waar spelletjes gedaan werden zoals zoals zaklopen, ballen gooien, stoelendans enz.

Bij zo’n speelveld was dan in de regel een draaimolen geplaatst waar de kinderen vrij konden plaats nemen en zo vaak draaien als ze maar wilden, ook werden ze getrakteerd op chocolademelk en daar mocht ieder zoveel van hebben als hij en zij maar lustten. Enige dames stelden zich dan beschikbaar en gingen langs de rijen met grote koperen ketels om een ieder te bedienen. Later veranderde die gewoonte en werd geen chocolademelk maar ranja getrakteerd. Het benodigde geld daarvoor werd door verschillende dames en heren opgehaald door met lijst langs de huizen te gaan, waar velen dan (naar vermogen) hun bijdrage op konden noteren.
Zo’n optocht organiseren was een heel werk en werd gedaan door z.g optochtcommissie bestaande uit leden van verschillende oudercommissie’s, de Hoofden van diverse scholen en nog enkele andere mensen, die daar aardigheid en tijd voor hadden.

Zo is het gegaan tot ongeveer 1959, toen was het herdenkingsjaar van J. Ligthart. Bij gelegenheid daarvan hadden ze van de school die naar hem genoemd was een hele rij wagens versierd met allemaal voorstellingen uit boekjes die J. Ligthart geschreven had zoals Ot en Sien in de ton enz. Dat werd een groot succes en er werd zelfs een opname gemaakt door Polygram en het werd gedraaid op het wereldnieuws in de bioscoop. Vanaf die tijd beginnen veel meer scholen met het versieren van wagens en kreeg de optocht een heel ander karakter; de bogen en vaandels en vlaggen verdwenen en het werd dus meer groot materiaal.
Maar ook dat was niet blijvend. Verschillende scholen wilden niet meer mee doen en de traditie van optocht was bijna verloren gegaan, ware het niet dat er een groepje enthousiaste mensen de koppen bij elkaar gingen steken en zeiden 31 augustus verloren? dat nooit. Ze hebben toen een stichting in leven geroepen onder de naam Stichting Damsterdag.

En nu wordt dus de Damsterdag met alles daarom zoals optocht, muziek, parade concours, vuurwerk enz georganiseerd door deze stichting. De datum van 31 augustus heeft men ook moeten laten vallen en wel om de volgende redenen. Viel 31 augustus op een doordeweekse dag dan moest er aan diverse muziekkorpsen veel loonderving worden uitbetaald. Bovendien kreeg men dan lang niet zoveel publiek als het feest op zaterdag ging houden en zo werd dan, omdat het toch geen koninginnedag meer was (want Koningin Wilhelmina was toen reeds overleden) besloten om dat feest onder nieuwe naam “Damsterdag” te houden op de laatste zaterdag van augustus of de eerste zaterdag in september en zo is dat feest dus nu op 6 september 1980.

Tijdens de optocht dat nu “Papiercorso” genoemd word, wordt nu gejureerd en vroeger konden er geldprijzen gewonnen worden, zodat ieder natuurlijk probeert het mooiste er van te maken. Ieder mag meedoen het zij individueel of in groepsverband, ook buurtvereniging of andere verenigingen, allen mogen ze meedoen.

Alleen reclame mag niet gemaakt worden op het te maken object.